mountainbike.be
04/08/2009
Reisverhalen

Transpirinaika, de Pyreneeën over van oost naar west

Terwijl ik behoedzaam over de hobbelige weg door de wolken omhoog rijd, schrikt een roedel reeën op en deint geluidloos naar de bosrand. Het zijn er wel dertig en ik denk dat ik droom of dan toch de hemel bereikt heb. We zijn bezig per ATB in twaalf dagen de Pyreneeën te bedwingen, van oost naar west om precies te zijn, en we verbazen ons regelmatig over het spectaculaire landschap en alles wat bloeit en groeit.

'We' zijn vijf vrienden (vier 55-plussers waarvan twee 60-plussers) en een vriendin die al wel vaker samen tochtjes reden in onherbergzame gebieden, variërend van de Vogezen tot Andes en Himalaya. Deze keer zullen slechts twee van de zes inschrijvers tegelijk aan de meet komen, maar daarover later meer. We hebben Enroute Fietsreizen gevraagd onderdak te zoeken bij ons plan om van Middellandse Zee naar Atlantische Oceaan te rijden. Omdat we maar twee weken hebben, korten we het in tot een kleine 600 km (althans over de gewone weg). We zijn echter in het geheel niet van plan de gewone weg te nemen. In m’n dagboek staat het als volgt.

Maandag 6 juli 2009
We hadden een beetje een valse start want zaterdagmiddag in de regen in de file was het vakantiegevoel ver te zoeken. De ontvangst in het hotel bracht geen verbetering. Het receptiemens begon meteen te vertellen dat het diner uiterlijk om 19.30 uur te verkrijgen was. Aangezien twee reisgenoten dan nog niet binnen konden zijn (met de trein) moest ik praten als 'l’homme le pont' (de Nederlandse uitdrukking is ‘praten als Brugman’) voor een uur respijt. Verderop in Spanje was een dergelijke eettijd niet mogelijk omdat normaal niet vÛÛr 21.00 uur gegeten wordt.

Zondagochtend bleek bij het uitladen dat mijn achterwiel niet wilde draaien. Dat leek me onhandig voor wat ons nog te wachten stond maar voor het eerst ooit had ik een reservefiets bij me. Snel achterwielen wisselen en rijden maar. Een beetje lastig was wel dat slechts 2 van de 27 versnellingen redelijk werkten, maar ja, je kunt niet alles hebben. Bovenop de eerste col alweer een verrassing: twee van de vier makkers zijn zoek. Ze waren als eersten vertrokken, na tweehonderd meter verkeerd afgeslagen en naar eigen zeggen een echte col opgefietst voordat ze hun vergissing ontdekten. Ze worden opgehaald met onze bus, die daar maar al te handig voor blijkt te zijn.

Tussen de buien door verder gereden met prachtig fiets/klimwerk, dat zeker. De afdaling is een vrij extreem stuiterpad dat aan Peru doet denken en slechts een bescheiden voorproefje van wat komen gaat. Na aankomst in ons hotel in Ribes de Freser barst alweer een bui los. Vanochtend gestart met mooi weer en een set losse tandwielen in m’n achterwiel. Gisteravond kennelijk niet goed vastgezet. Vandaag rijdt het veel gemakkelijker met m’n eigen tandwielen die nu op het reservewiel gemonteerd zijn. Hoewel, al snel na de start slaan we af voor een vers betonweggetje met stijgingspercentages van rond de 20%. Serieus afzien wordt het later als we natregenen, opdrogen en weer natregenen; ditmaal in een onweersbui met knikkergrote hagelkorrels. Twee keer dooie vingers op één dag. Het is me een raadsel dat al die toeristen naar Spanje trekken vanwege het mooie weer.

De warme douche in een prettig hotel geeft niet voor de eerste keer het gevoel dat afzien het genieten sterk bevordert. De bus doet goede diensten voor de helft van de groep. Voor de deur van het hotel wordt de weg van nieuw asfalt voorzien. Aangezien dat thuis de afgelopen twee maanden ook is gedaan, voel ik me direct thuis. De nachtrust wordt enigszins nadelig beÔnvloed doordat dezelfde weg de doorgaande route blijkt te zijn naar Andorra. We worden regelmatig wakker doordat grote vrachtwagens door onze kamer denderen. Dat is althans de indruk.

Dindag 7 juli
Pas om 14 uur voedsel kunnen vinden na een ritje van 25 km in vijf uur (sinds het vertrek om 9 uur vanochtend). Maar als ik om 18 uur het volgende hotel bereik, heb ik er wel een prachtige rit opzitten. Eerst met z’n tweeën en later alleen blijkt maar weer dat samen fietsen heerlijk is en alleen op z’n tijd ook aangenaam.

Ons dagprogramma ziet er meestal als volgt uit:
7.30 uur wekker/wakker
8.00 uur ontbijt
9.00 uur vertrek
17.00 uur biertje, douchen, kleding wassen, sleutelen, dorp bekijken, enz.
21.00 uur fietsersmenu, route uitstippelen
22.30 uur slapen

Woensdag 8 juli
Prachtige zonnige dag waarop we idyllische dalen afwisselen met stuiterwegen van de ergste soort. Op de col wacht ons een vriendelijke oude baas die mega boterhammen serveert, ingewreven met tomaat. Als ze in Spanje een soort strijkbeweging maken bij het bespreken van de lunch dan bedoelen ze dat er speciaal voor jou een boterham wordt ingewreven met een halve tomaat en vervolgens afgedekt met beleg naar keuze. Van dat inwrijven proef je verder niets en je moet wel heel goed zoeken wil je een tomatenpitje ontdekken, maar goed, ze kijken er zo verheugd bij dat je moeilijk kunt weigeren.

De afstand tussen de hotels is hemelsbreed niet groot, soms slechts 13 km, maar we fietsen steeds rondjes naar het noorden en het is hier niet plat. De hotels staan meestal op een hoogte van ± 800 meter en gisteren fietsten we tussen de 1900 en 2200 meter. De denivellatie is dan al gauw 2000 meter per dag wat vrij veel is voor een rondje van circa 80 km. De klimmen zijn vaak lang, één keer zelfs 50 kilometer en de afdalingen dus ook. Als je dan, zoals vandaag, op een stuiterweg rijdt dan moet je in de afdaling af en toe stoppen om handen en voeten even rust te gunnen. Het is een wonder dat we zo weinig materiaalpech hebben en zelf ook heel blijven.

Donderdag 9 juli
Vandaag in vijf uur naar de hoogste col van de reis geklommen op 2280 meter. Wat een schitterende bergen. Tachtig kilometer per dag lijkt niet veel maar door al dat gestuiter gaat het niet snel. Hoewel er regelmatig richtingbordjes staan voor wandelaars en voor fietsers, ontbreken ze ook vaak dus moeten we veel kaartlezen. Mijn vuistregel is dat bij twijfel de zwaarste variant (omhoog dus) wel de goede zal zijn. Onze kaartlezers hebben ieder het Transpirinaika handboek met kaartjes, veel handige tips en aanwijzingen maar helaas wel in het Spaans.

Vrijdag 10 juli
Het gaat steeds gemakkelijker maar vandaag was ook wel een beetje een bejaardenrit. Toegegeven, op het laatst miste ik per abuis een colletje maar verder viel het erg mee. Op sommige stukken was het onhandig om een fiets bij je te hebben en andere deden denken aan zo’n grote grindbak die ze in Zwitserland langs de snelweg hebben om vrachtwagens met kapotte remmen in af te stoppen. Vandaag voor het eerst ook andere fietsers ontmoet.

Het bagagevervoer loopt gesmeerd. Per dag één of twee chauffeurs die de tassen en fietsen naar het volgende hotel brengen. En als ze tijd en zin hebben dan wordt er vervolgens nog een stukje gefietst. Ik heb deze dienst tot nu toe kunnen ontlopen. Ik heb gewoon teveel zin in fietsen. Dat die tassen naar je kamer gebracht worden en je tijdens de etappe per sms de routebeschrijving naar het volgende hotel ontvangt, daar kan ik wel aan wennen.

De maaltijden zijn door Fietsreisbureau En Route geregeld dus gevarieerd en steevast stevige fietserskost. We kunnen ons bord niet eens altijd leeg krijgen! De rode wijn wordt hier net zo koud geserveerd als de witte; dat is even wennen. De meeste gerechten kennen we wel, hoewel mijn inktvis meer op kwal lijkt en vermoedelijk ook zo smaakt en regelmatig niet weten wat we bestellen dus in feite verrassingsmenu’s eten.

We maken voortdurend grappen van het soort dat je niet kunt onthouden of navertellen. Ja het kan wel maar dan is het niet grappig meer hé. Bijvoorbeeld omdat het teveel aan tijd/plaats gebonden is. Nou vooruit, ééntje dan: vanavond aan tafel vertelt er een dat hij een broek heeft gekocht. Wij denken een fietsbroek maar na enig heen en weer gepraat en misverstanden blijkt het een ontspanningsbroek te zijn die je ’s-nachts aan moet. Ik begrijp het nog steeds niet helemaal en vraag: zit er dan ook een snoer aan? En we vertellen elkaar natuurlijk weer de oude verhalen van vroegere heroÔsche tochten. Die verhalen kent iedereen al maar dat hindert niet. Onder het motto: zolang we dezelfde verhalen nog niet dagelijks vertellen, hoeven we ons geen zorgen te maken.

Zaterdag 11 juli
Het is 16.30 uur en ik begin aan m’n zesde liter vloeistof. Per dag is acht liter drinken niet ongewoon. Het begint met name in het dal tropisch te worden (350 +) en ook bovenop de berg is het steeds minder fris.
Vandaag was een soort ‘rustdag’. Zestig kilometer is na een week training niet zo ver meer maar 1500 meter denivellatie is natuurlijk ook weer niet weinig. Bovendien was de weg regelmatig erg slecht. Dat is hij elke dag wel enkele tientallen kilometers, zowel omhoog als omlaag. De afdalingen doen we dan ook niet snel. Ik geniet met volle teugen, niet in de laatste plaats doordat de endorfinen weer volop door m’n lijf kabbelen. Zeven fietsdagen met een gemiddelde van 80 kilometer per dag en 1700 hoogtemeters (totaal 560 kilometer en ruim 12.000 hoogtemeters).

Zondag 12 juli
Een zware dag, vanwege het parcours, de denivellatie (2200 hoogtemeters) en mijn lichamelijke ongemakken. Het begon vanmorgen met buikkrampjes en zal eindigen met een hele nacht op de wc. Ik voelde me vanmorgen topfit en vanmiddag uitgeput. Zowel het landschap als mijn lijfelijke zwakheid doen me sterk denken aan die ene dag in Peru dat ik iets vergelijkbaars meemaakte. Morgen zit fietsen er dus niet in en dat komt toevallig goed uit vanwege de chauffeursdienst. Bovendien is het aantal hoogtemeters voor deze reis inmiddels gestegen tot 14.500 dus ben ik niets tekort gekomen tot nu toe.

Dinsdag 14 juli
Tweede chauffeursdag en deze keer lukte het redelijk om ook de tassen naar boven te dragen. Ik ben dus iets hersteld. Mooie gelegenheid om een oud klooster te bekijken en zo nog wat cultuur te snuiven. Daar komt het tijdens dit soort fietsreizen meestal niet van. De Spanjaarden zijn over het algemeen wel vriendelijk, behalve sommige horecafiguren, en iedereen zegt ‘hola’ waar ik ‘hallo’ verwacht. De rest van het Spaans is hier niet goed te volgen. Dat kan komen doordat het Catalaans is en mijn Spaans niet zo best, of beide.

De oude mannen van Hecho verzamelen zich tegenover ons terras. Sommigen zitten er al een paar uur. Het is heel rustgevend. Ze babbelen wat en bespreken waarschijnlijk de toestand in de wereld. Zo te zien doen ze dat dagelijks. De één is voortdurend aan het woord terwijl de anderen hoofdzakelijk luisteren. Ik weet nog wel een groep waar dat zo gaat. Alleen zit die niet de hele dag op de stoep maar op de fiets.

Woensdag 15 juli
Nog niet vanaf de fiets maar wel weer kunnen genieten van het spectaculaire landschap. We zijn de Pyreneeën nu bijna over en deze bergketen blijft ons verrassen: diepe kloven, machtige massieven, huizen op een kluitje op een top, bruisende rivieren en ruisende stroompjes, sparrenbossen, bergweiden en schilderachtige stadjes aan de voet van de bergen. Er is heel veel nieuw asfalt om dit alles toegankelijker te maken maar wij preferen de onverharde paden. Tientallen kilometers hebben we geklommen en afgedaald over dat soort ‘wegen’ en er is verrassend weinig kapot gegaan. Met uitzondering van de ‘travellers disease’ bij mij hebben de lijven zich onder dat geweld goed gehouden. Opnieuw blijkt dat hitte lastiger is om mee om te gaan dan koude. Doordat je zoveel (niet altijd even schoon vocht) drinkt, raakt je maag al gauw in de war en als je niet genoeg zout inneemt dan wordt dat problematisch. Soep met veel zout erin kan goed helpen en verder sommige sportdranken en ORS (oral rehydration solution). Toch is het fijnste van zo’n fietsexpeditie dat je je weer topfit voelt. Nou ja, nu nog niet helemaal maar zaterdag wel en morgen waarschijnlijk ook weer.

Donderdag 16 juli
Terug in Frankrijk ontdekken we nog een voordeel van fietsen in Spanje; vier biertjes voor 25 euro is toch minder leuk. Over biertjes gesproken: na ruim honderd liter water, thee, vruchtensappen en af en toe een biertje of een glaasje koude wijn, 900 kilometer, 14.500 hoogtemeters, 30 cols en nog veel meer moois, is onze reis tenslotte in St Jean Pied de Port ten einde gekomen. De vliegen zijn er nog steeds maar verder is het leven hier echt anders.

St Jean is een echte toeristenplaats waar duizenden mensen die niets te doen hebben (niet fietsen) een beetje rondslenteren in het stadje, waar het aardig slenteren is, dat moet gezegd. De wegen in Frankrijk zijn wat drukker, er zijn meer losse boerderijen (niet geconcentreerd in dorpjes) en er zijn overal terrasjes.

Ik heb weer gefietst na drie dagen in de bus. Gelukkig net op tijd hersteld voor de laatste fietsdag. En wat een prachtige route. Handig ook dat de laatste klim ook een van de zwaarste was. D.w.z. handig als je de voorgaande dagen ook gefietst hebt. Na drie dagen niet eten, althans niet binnenhouden, rijd ik niet ‘als de brandweer’ zoals we dat noemen maar zijn er genoeg reserves om rustig naar boven te peddelen en nog te genieten ook. Op je gemak koffie drinken, regelmatig een fotosessie, banaantje eten, enz. Het is net vakantie. Vanmiddag nog enkele presentjes voor thuis weten te scoren en lekker gegeten in ons sfeervolle hotelletje. Het was een mooie slotdag van een mooie reis.

Afkicken
Onderweg naar huis tussen de duizenden hectares tarwe en zonnebloemen in Frankrijk kan het afkicken beginnen. Na twee weken fietsen in de bergen gaan de endorfinen gewoon door met aanjagen. De Pyreneeën van Oost naar West in 12 dagen was inderdaad geen peuleschil. Maar ja, voor een peuleschil krijg je ons ook niet warm. Misschien dat het deze keer iets te warm was maar ook overweldigend mooi. Wat een landschappen, ruimte en rust. Op sommige dagen zijn we niemand tegengekomen en dat midden in juli!

Ons materiaal had zwaar te leiden maar het aantal lekke banden viel mee en verder was er ook geen noemenswaardige schade. Wel moet er thuis een nieuwe achteras en een derailleur gemonteerd worden. Iedereen en met name de fietsenmaker vindt dat ik maar eens een nieuwe fiets moet kopen na negen jaar trouwe dienst in Europa, Azië en Zuid- & Midden Amerika. Maar ik ben eraan gehecht en vind dat er nog best een bergketentje bij kan.

Praktische informatie
Routeboek: La Travesia de los Pirineos en BTT. Is in het Spaans maar erg handig en compleet met kaartjes.
Kaarten: Mapa excursionista 1 : 50.000 serie 20 t/m 25 Institut Cartogr‡fic de Catalunya en Pallars Sobir‡ – sud 1 : 50.000 Editorial Piolet.
Fiets(materialen)winkels: In sommige grotere plaatsen.
Voedsel & drinken: Op diverse dagen hebben we geen enkele mogelijkheid gevonden om onze drank en voedselvoorraad onderweg aan te vullen!
Bagagevervoer: Het om beurten zelf rijden van een busje waarin tassen en fietsen vervoerd konden worden, bleek uitstekend te werken. In het volgende hotel stond onze bagage zelfs al op de kamer dankzij de goede zorgen van de chauffeurs. We hadden gekozen voor 12 dagen fietsen zonder rustdag (omdat je ook een dag de bus mocht/moest rijden).
Hotels:Over het algemeen waren de hotels behoorlijk en serveerden ze overvloedig en smakelijk voedsel. Een tip: door de hitte raakten we veel zout kwijt en de beste manier om dat aan te vullen is door soep op het menu te zetten. In†de meeste hotels waren wij (vrijwel) de enige gasten (nog geen hoogseizoen?). Ruimte om de fietsen te stallen was er wel maar faciliteiten om eraan te sleutelen (bij regenachtig weer) of schoon te maken ontbraken meestal.

Met dank aan En route Fietsreizen voor de hotelreserveringen en Jacomina Eijkelboom voor de inbreng van haar ervaringsdeskundigheid op deze route.

Een uitgebreide fotoreportage is hier te bekijken.

Pieter Parmentier

Auteur: Kenneth Droeshoudt
Linkpartner

Deze site maakt gebruik van cookies om de site optimaal te laten werken.

Cookies zijn kleine bestanden die gebruikt worden om de instellingen van deze site te bewaren.

Cookies vertellen ons niet wie je bent.

Wil je meer weten over cookies, lees dan onze cookie policy