mountainbike.be
04/11/2008
Reisverhalen

Lezersreis Sierra Nevada

Op 7 augustus vertrokken Patje en ondergetekende Stefaan vanuit onze vakantieplaats La Manga Del Mar Menor met de wagen naar Granada (ongeveer 300 km) om er de dag nadien de PicoVeleta - 3398 m hoog - in de Sierra Nevada te beklimmen met de MTB langs de noordkant. Op 8/8/08 zouden we om 6 uur opstaan, maar beiden lagen al om 5u 15 wakker. Waren het de zenuwen?

Even twijfelden we aan onszelf maar dat ging vlug over. Om 7u30 vonden we een perfecte startplaats aan het tankstation GALP in Cenes De laVega op ongeveer 600 meter hoogte aan de voet van de Sierra Nevada op de A395 waar we onze auto veilig konden parkeren en waar we de onontbeerlijke stafkaart konden kopen. Op 08/08/08 om 8u (jawel) zijn we – overladen met 3 bidons van 0,5l en een camelback van anderhalve liter - begonnen aan onze uitstap in het onbekende want niemand van onze kennissen of vriendenkring had ons dit voorgedaan zodat we nergens terecht konden voor enige nuttige informatie, behalve op het internet.

De weg begint tamelijk stijl zodat onze stramme en nog niet opgewarmde spieren onmiddellijk voelen wat ons de volgende uren te wachten staan. De eerste 10 kilometer is de weg zeer breed: 2 rijvakken met langs beide zijden een smalle pechstrook die ook dienst doet als fietspad. Vrachtwagens denderen er op en af naar de dichtst bijgelegen steengroeve. Na die steengroeve verdwijnt die pechstrook – fietspad, maar blijft de A395 een behoorlijk, goed onderhouden tweevaksweg. Onze eerste stop na 8 km ter hoogte van Canales had niets met vermoeidheid te maken maar wel met het reeds prachtige zicht op “Pantano de Canales”: een stuwmeer van ruim 3 km lang waarvan een foto zeker niet mocht ontbreken. De weg klimt zeer geleidelijk, stukken van 5-8% met nu en dan eens vals plat wat deugd doet om te recupereren. Wat verder aan het infopunt splitst de weg. Wij beslissen om linksaf te slaan zodat we niet in, maar net boven het skidorp Pradollano rijden. Eerst kronkelt de weg, daarna rijden we op mooie rechte stukken die ons een zeer mooi uitzicht bieden op wat we nog voor de boeg hebben.

We rijden aan een moyenne van 11-12 km/uur. Patje rijdt zo’n 100 ‡ 200 m vlot voor mij – de temperatuur valt ook mee: we zijn vroeg vertrokken, hoe later het werd, hoe hoger we ons bevonden en daardoor daalde de temperatuur. Net voorbij het reeds vermelde skidorp eindigt de weg voor het gemotoriseerde verkeer op 2500 m hoogte op een parking met souvenirkraampjes waar we ook nog eens onze bidons en camelback kunnen vullen. Nu begint het echte, serieuze werk: de ooit zo goedlopende asfaltweg is intussen veranderd in een veel smallere, niet meer onderhouden secundaire weg, bezaaid met putten en afbrokkelend asfalt. Een koersfiets is nu niet meer op z’n plaats. Nu komt onze MTB goed van pas. We rijden nog steeds op het middelste blad maar daar zal straks wel verandering in komen, want de weg is nog lang en steil.

Rond 12u 30 beslissen we om nog een korte pauze te nemen om ons middagmaal – bestaande uit druivensuiker en een energiereep- te nuttigen. We werden tijdens die korte stop aangenaam verrast door 2 in het wild lopende paarden die ons aankeken alsof ze zich afvroegen wat die 2 onbekende wezens op een hoogte van ongeveer 3000 m kwamen doen. Na deze “uitgebreide maaltijd” zetten we de laatste etappe in. De weg verslechtert en kronkelt als een volwassen python door de Sierra Nevada. Patje rijdt weer een 100 m voor mij en kan het niet laten om ook een verdwaalde berggeit nog eens voor het nageslacht vast te leggen.

De temperatuur daalt, de weg stijgt steil, … onmenselijk steil! Ik zie aan Patje zijn fiets dat de ketting nu ook op het kleinste blad ligt. Dit wil zeggen dat hij het nu ook moeilijk krijgt, net als ikzelf en dat schept weer een heel klein beetje moed, en dat heb ik op dat ogenblik broodnodig. Ligt het aan de afstand (nu ongeveer 37 klimkilometer op de teller), het stijgingspercentage of de hoogte? Ik weet het niet. Het zal wel een combinatie van de 3 zijn. Ondertussen mogen we zeker niet vergeten om te genieten van de omgeving, dat zou pas zonde zijn. Hoewel onze ogen meer gericht staan naar de nog af te leggen hoogte tot de picoVeleta. Na 40 km klimwerk, moyenne 10 km/u en 6 uur na vertrek, ongeveer 150 m van de top rij ik op de allerkleinste versnelling. Ik voel alle kracht uit m’n benen verdwijnen, doe nog een laatste wanhoopspoging door recht te staan op de trappers maar daardoor verlies ik alle grip op het intussen onverharde bergwegje. Patje slaagt erin om nog wat verder te geraken, puur op karakter. Helemaal boven, op het dak van de wereld, werden we getrakteerd op een letterlijk en figuurlijk adembenemend panorama, en 360° ongerepte natuur: een waarachtig kippevelmoment, alhoewel de temperatuur nog meevalt.

Na het nemen van de foto’s en het sturen van sms’jes beslissen we om de afdaling niet langs de zuidkant te doen zoals eerder gepland want dat zou ons te ver brengen. Dat zal voor de volgende keer zijn. De afdaling langs de noordzijde richting Granada is een paradijs voor snelheidsduivels en ook voor technisch hoogbehaafden. Eerst off-road over de skipistes van Pradollano, dan over rechte stukken brede asfaltweg waar snelheden van 70km/u geen uitzondering zijn.

Bijna beneden, terug in de bewoonde wereld, stoppen we nog eens op een terrasje om een frisse cola te nuttigen en om de schijven van de schijfremmen weer op normale temperatuur te brengen. Om 17u , 9 uren na ons vertek, komen we zonder kleerscheuren, platte banden of ander materiaalpech, maar wel met zwaar verbrande benen, bij de auto aan. Moe maar tevreden! Zo zie je maar: de Sierra Nevada, een uitdaging voor mens en materiaal – een echte aanrader.

Patrick Dessein, Moorsele en Stefaan Debeuckelaere, Staden

Auteur: Kenneth Droeshoudt
Linkpartner

Deze site maakt gebruik van cookies om de site optimaal te laten werken.

Cookies zijn kleine bestanden die gebruikt worden om de instellingen van deze site te bewaren.

Cookies vertellen ons niet wie je bent.

Wil je meer weten over cookies, lees dan onze cookie policy